Stibnal

De Slag om Stibren

De groep is in gevecht met Whaldeau en zijn Fomorians. Whaldeau probeert weg te komen, maar Alvyn houdt hem staande. Terwijl de Fomorians woest om zich heen slaan bereidt Whaldeau een krachtige telepatische aanval voor.

Alvyn herkent de concentratie en gebaren en probeert zijn kompanen te waarschuwen; Faaz en Akke begrijpen de kleine Gnoom op tijd, maar Moryc – die open en bloot op een dak staat – weet niet hoe hij zich moet weren tegen de aanval. Whaldeau’s psionische kracht raakt hem vol en hij kan zich ongeveer zes seconden niet bewegen. In die paar seconden zetten Alvyn, Faaz en Akke de tegenaanval in.

Wetend dat Faaz de beste kans heeft om de hooggezeten Whaldeau met een sprong te raken, vuurt Alvyn een schijnaanval op Whaldeau af. Akke gebruikt schild en speer om de Fomorian waar Whaldeau op zit op zijn plek te houden zodat Faaz zijn sprong kan voorbereiden.

Na een snelle aanloop zet Faaz zich af en vliegt door de lucht met zijn bijl in de aanslag. Whaldeau is nog bezig met de schijnaanval van Alvyn en kan zich niet verdedigen tegen Faaz’ woede. De bijl hakt door vlees en bot en de linkerarm van de getraumatiseerde kleine Gnoom vliegt door de lucht. Moryc kijkt met verbazing toe; hij had verwacht dat Faaz voor een dodelijke aanval zou gaan, maar zag dat Faaz zich inhield.

De bijl van Faaz steekt vast in de zij van Whaldeau en de verslagen vijand verliest het bewustzijn. Op dat moment wordt zijn invloed op de Fomorians verbroken, die direct het hazenpad kiezen.

Akke ziet de angst op Alvyn’s gezicht en snelt zich naar Whaldeau’s zijde. Zijn arm is niet meer te redden, maar Akke is overtuigd dat hij niet dood zal gaan.

Whaldeau wordt meegenomen naar het huis. Daar vinden ze Els, die haar hulp aanbiedt bij de verdediging van de stad. De plundertocht van de Oosterlingen komt morgen aan bij de stadsgrenzen.

De groep besloot om ieder een verschillende taak op zich te nemen om zich voor te bereiden op de aanval. Moryc ging terug naar de plek van het mislukte vredesoverleg om het hoofd van Orswald af te snijden. Orswald bleek nog te leven en smeekte Moryc om hem te sparen. De Gnoll speelde een spelletje met hem en zei dat hij hem zou laten leven in ruil voor grote rijkdom. Moryc genoot van de hoop in Orswald’s ogen, die hem zijn zegelring aanbood. Als Moryc die zou laten zien dan zouden ze hem toegang verschaffen.

Moryc keek Orswald diep in de ogen terwijl hij eerst diens vinger afsneed en daarna zijn nek begon door te zagen. Orswald’s laatste gedachte ging terug naar hoe hij zelf in een vergelijkbare situatie Norola Witnagel doodde. Hij zag rood bloed uit zijn nek spuiten en zijn moordenaar bedekken. Met spijt in zijn hart sloot hij voor het laatst zijn ogen.

Ondertussen probeerde Alvyn en Moryc een afspraakje te maken met Gralzhadan, maar de Draak was onbereikbaar. Akke had meer succes bij de Hoge Raad en wist ze ervan te overtuigen dat Orswald een crimineel en een moordenaar was. De Hoge Raad vroeg Akke om te helpen bij de verdediging van de stad.

De helden kwamen thuis weer bijeen en probeerde zo goed als het ging de nacht door te komen. Ze wisten dat de volgende dag een groot gevecht zou brengen, en sommige van de helden konden de slaap moeilijk vatten.
Akke en Pan hadden eindelijk weer een nacht samen. Zodra ze alleen waren grepen ze elkaar vast en voor een lange tijd waren hun lichamen één.
Bedekt met zweet (e.d.) vielen de twee naast elkaar neer in bed. Akke voelde dat ze moe was, maar voelde nog sterker dat ze met Pan moest spreken. Lang nadat de anderen al sliepen waren de twee nog aan het praten en plannen aan het maken voor de toekomst. Zelfs met de dreigende aanval die boven ze boven het hoofd hangt vielen de twee blij en gelukkig in slaap.

De volgende dag deelde de groep zich op, om zo de stadsrand zo goed mogelijk te kunnen verdedigen. Het eerste team ging naar het zesde district, het tweede team ging naar het zestiende.

De strijd was al losgebarsten en twee stadswachten reden dapper in op de eerste Oosterlingen die de stad bereikten. Alvyn en Moryc renden erachteraan om te helpen, Faaz Faaz naar een andere groep stadswachten om hun ook om hulp te vragen.

De ruiters waren helaas niet meer te redden, maar de dertien wachters sloten zich aan bij de groep. De tovenaar besloot in zijn eentje naar een andere wijk te gaan en daar te verdedigen, maar voerde nog een ritueel uit om de groep van extra kracht te voorzien.

Toen begon de aanval.

Een duistere tovenares kwam aan bij de stad en deed meteen een gebouw doen instorten. De doodsschreeuw van de bewoner van het huis klonk over het slagveld. Met de tovenares – die verbazingwekkend gespierde billen had – kwam een grote groep plunderaars die meteen tot de aanval overgingen.

Terwijl de Oosterlingen aan komen stormen vormt de stadswacht een linie. Ze maken zich klaar voor de aanval. De helden, aan de andere kant van de stadsmuur, proberen met man en macht de eerste scouts te verslaan. Met de aankomst van de Tovenares moeten ze hun aandacht verdelen. Moryc verbrandt in één keer een groot aantal van de plunderaars met een verzengende vuurbal. Alvyn trekt de tovenares met telekinetische krachten op de stadsmuur, vol tegen een andere Oosterling aan. Langzamerhand groeien de Oosterse strijdkrachten, terwijl het aantal soldaten dat de stad verdedigt afneemt.

Een necromancer en een Orkse Sjamaan voegen zich nog bij de duistere tovenares en met zijn drieën vernietigen zij een houten wachttoren. Als dan nog een vierde generaal, de grootste Goliath die zij ooit hebben gezien, het strijdtoneel betreedt begint Moryc te wanhopen. Faaz en Akke proberen zich kranig te weren tegen de ondoden aan de zuidelijke kant, maar voelen dat ze het niet lang meer uithouden. Ze vluchten naar het dak van de tempel om daar op adem te komen, terwijl Alvyn in een hoekje wordt gedreven door twee Orks die groter lijken dan Orks zouden mogen zijn.

Is dit het einde van de helden?

Dan komt de verlossing. Het tweede team – Gwen, Els, Pan en Brinn – is na een heroïsche overwinning direct naar hun vrienden gekomen. Gwen heeft haar sterkste aanvalsspreuken al gebruikt en kan alleen nog maar een beetje genezen. Brinn, zoals we van hem gewend zijn, springt meteen middenin het strijdgewoel en trekt de aandacht van vier Orks.
Els maakt korte metten met een paar plunderaars, terwijl ze een oogje op Faaz houdt. En dan komt Pan. Pijl na pijl vindt zijn doel en bijgestaan met melodische magie vallen de vijanden om hem neer. Het lijkt alsof Pan een hernieuwde energie heeft, een nieuw doel in zijn leven waar hij alles voor wil geven.

Faaz en Akke rennen , Moryc springt met een dappere – doch roekeloze – sprong van de toren en Alvyn teleporteert. Allen om bij hun redders in de buurt te komen. Met vereende krachten weten ze de vier generaals te verslaan.

Als het tij lijkt te keren komt de doodslag voor de aanvallers. Een gevleugelde bode van Gralzhadan landt op de toren en met scherpe klauwen valt hij de laatste Oosterlingen aan. Faaz lijkt de vogel te herkennen uit een vorig leven…

Comments

Pankteinor Pankteinor

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.