Karkrid

De Karkriden zijn beesten – en soms ook mensen – die krachtiger, sneller en slimmer zijn dan normale varianten van hun soort. Ze krijgen vaak botachtige uitsteeksels en groeien groter dan normaal. Gaspard Thorboo heeft over dit verschijnsel geschreven in één van zijn boeken ‘de Karkriden’.

In dit boek staat informatie over de verschillende soorten Karkride beesten, sommige komen vaker voor dan anderen en sommige zijn uniek. Er staat dat de grotere karkride beesten de intelligentie van mensen kunnen benaderen, maar de zwakke plekken van elk soort beest staan ook beschreven. Een aantal passages zijn aangekruist (kennelijk door de TA)
- Karkrid Stag. Dit Karkride hert is de enige van zijn soort. Dat hij de enige is heeft waarschijnlijk een verband met het feit dat herbivoren zelden Karkriden produceren.
Het is een zeer intelligent beest en beschikt over empathie, maar kan wantrouwig zijn.

- Karkride Tijger. De tijger is even uniek als het hert. De tijger is geen herbivoor, dus waarom
er maar één van ontdekt is blijft voorlopig nog een raadsel. Tijgers komen natuurlijk sowieso weinig voor in Stibnal, misschien dat dat er iets mee te maken heeft. Het is een zeer krachtig beest, de enige manier om hem te benaderen is waarschijnlijk tegen de wind in, van achteren en alleen als je heel stil bent.

In de laatste passage van het boek staat een mogelijke oorzaak van het verschijnen van de Karkriden.

“Dit laatste hoofdstuk van mijn boek is nog volledig ongeverifieerd, maar de speculaties lijken op waarheid berust te zijn. Al een poos is bekend dat de concentratie Karkriden groter wordt naarmate de afstand tot het midden van het land verkleind wordt. Ik stel voor dat de oorzaak van de Karkriden zich dus ook in het midden van het land bevindt. Mijn onderzoek heeft me gebracht naar ‘The Pit’, en ook al was het heel moeilijk om in deze verwilderde stad de oorzaak van het Karkride verschijnsel te achterhalen, toch heb ik een theorie ontwikkeld. De inwoners van The Pit spreken met angst en bewondering van een monster dat zij Karkrov’ noemen. De verhalen over dit beest lopen sterk uiteen en er zijn geen directe ooggetuigen van hoe het er uit ziet. Waar alle verhalen het wel over eens zijn is dat dit roofdier het meest ontwikkelde roofdier is dat de wereld ooit gezien heeft.
Daarnaast heb ik persoonlijk kunnen bevestigen dat op de plekken waar dit beest is geweest altijd andere Karkriden te vinden zijn. Tussen de verminkte lichamen van een wolvenroedel slopen nog enkele jonge karkide wolven rond, uit de eieren van in hun nesten verslonden vogels kropen ook karkride kuikentjes.
Mijn theorie is als volgt: de aanwezigheid van Karkrov infecteert en vervormt de fauna (en misschien ook de flora) om hem heen. Dit idee wordt nog bijgestaan door de mensen uit the Pit, bij wie ik ook kleine hoorns en stekels uit hun huid heb zien groeien. Op mijn volgende expeditie zal ik mijn uiterste best doen om Karkrov zelf te vinden. Uiteraard komt hier een significant risico bij kijken, maar het Karkride fenomeen heeft mij zo weten te grijpen dat ik de gevaren voor lief neem.”

Karkrid

Stibnal Pankteinor Pankteinor