Stibnal

De Slag om Stibren

De groep is in gevecht met Whaldeau en zijn Fomorians. Whaldeau probeert weg te komen, maar Alvyn houdt hem staande. Terwijl de Fomorians woest om zich heen slaan bereidt Whaldeau een krachtige telepatische aanval voor.

Alvyn herkent de concentratie en gebaren en probeert zijn kompanen te waarschuwen; Faaz en Akke begrijpen de kleine Gnoom op tijd, maar Moryc – die open en bloot op een dak staat – weet niet hoe hij zich moet weren tegen de aanval. Whaldeau’s psionische kracht raakt hem vol en hij kan zich ongeveer zes seconden niet bewegen. In die paar seconden zetten Alvyn, Faaz en Akke de tegenaanval in.

Wetend dat Faaz de beste kans heeft om de hooggezeten Whaldeau met een sprong te raken, vuurt Alvyn een schijnaanval op Whaldeau af. Akke gebruikt schild en speer om de Fomorian waar Whaldeau op zit op zijn plek te houden zodat Faaz zijn sprong kan voorbereiden.

Na een snelle aanloop zet Faaz zich af en vliegt door de lucht met zijn bijl in de aanslag. Whaldeau is nog bezig met de schijnaanval van Alvyn en kan zich niet verdedigen tegen Faaz’ woede. De bijl hakt door vlees en bot en de linkerarm van de getraumatiseerde kleine Gnoom vliegt door de lucht. Moryc kijkt met verbazing toe; hij had verwacht dat Faaz voor een dodelijke aanval zou gaan, maar zag dat Faaz zich inhield.

De bijl van Faaz steekt vast in de zij van Whaldeau en de verslagen vijand verliest het bewustzijn. Op dat moment wordt zijn invloed op de Fomorians verbroken, die direct het hazenpad kiezen.

Akke ziet de angst op Alvyn’s gezicht en snelt zich naar Whaldeau’s zijde. Zijn arm is niet meer te redden, maar Akke is overtuigd dat hij niet dood zal gaan.

Whaldeau wordt meegenomen naar het huis. Daar vinden ze Els, die haar hulp aanbiedt bij de verdediging van de stad. De plundertocht van de Oosterlingen komt morgen aan bij de stadsgrenzen.

De groep besloot om ieder een verschillende taak op zich te nemen om zich voor te bereiden op de aanval. Moryc ging terug naar de plek van het mislukte vredesoverleg om het hoofd van Orswald af te snijden. Orswald bleek nog te leven en smeekte Moryc om hem te sparen. De Gnoll speelde een spelletje met hem en zei dat hij hem zou laten leven in ruil voor grote rijkdom. Moryc genoot van de hoop in Orswald’s ogen, die hem zijn zegelring aanbood. Als Moryc die zou laten zien dan zouden ze hem toegang verschaffen.

Moryc keek Orswald diep in de ogen terwijl hij eerst diens vinger afsneed en daarna zijn nek begon door te zagen. Orswald’s laatste gedachte ging terug naar hoe hij zelf in een vergelijkbare situatie Norola Witnagel doodde. Hij zag rood bloed uit zijn nek spuiten en zijn moordenaar bedekken. Met spijt in zijn hart sloot hij voor het laatst zijn ogen.

Ondertussen probeerde Alvyn en Moryc een afspraakje te maken met Gralzhadan, maar de Draak was onbereikbaar. Akke had meer succes bij de Hoge Raad en wist ze ervan te overtuigen dat Orswald een crimineel en een moordenaar was. De Hoge Raad vroeg Akke om te helpen bij de verdediging van de stad.

De helden kwamen thuis weer bijeen en probeerde zo goed als het ging de nacht door te komen. Ze wisten dat de volgende dag een groot gevecht zou brengen, en sommige van de helden konden de slaap moeilijk vatten.
Akke en Pan hadden eindelijk weer een nacht samen. Zodra ze alleen waren grepen ze elkaar vast en voor een lange tijd waren hun lichamen één.
Bedekt met zweet (e.d.) vielen de twee naast elkaar neer in bed. Akke voelde dat ze moe was, maar voelde nog sterker dat ze met Pan moest spreken. Lang nadat de anderen al sliepen waren de twee nog aan het praten en plannen aan het maken voor de toekomst. Zelfs met de dreigende aanval die boven ze boven het hoofd hangt vielen de twee blij en gelukkig in slaap.

De volgende dag deelde de groep zich op, om zo de stadsrand zo goed mogelijk te kunnen verdedigen. Het eerste team ging naar het zesde district, het tweede team ging naar het zestiende.

De strijd was al losgebarsten en twee stadswachten reden dapper in op de eerste Oosterlingen die de stad bereikten. Alvyn en Moryc renden erachteraan om te helpen, Faaz Faaz naar een andere groep stadswachten om hun ook om hulp te vragen.

De ruiters waren helaas niet meer te redden, maar de dertien wachters sloten zich aan bij de groep. De tovenaar besloot in zijn eentje naar een andere wijk te gaan en daar te verdedigen, maar voerde nog een ritueel uit om de groep van extra kracht te voorzien.

Toen begon de aanval.

Een duistere tovenares kwam aan bij de stad en deed meteen een gebouw doen instorten. De doodsschreeuw van de bewoner van het huis klonk over het slagveld. Met de tovenares – die verbazingwekkend gespierde billen had – kwam een grote groep plunderaars die meteen tot de aanval overgingen.

Terwijl de Oosterlingen aan komen stormen vormt de stadswacht een linie. Ze maken zich klaar voor de aanval. De helden, aan de andere kant van de stadsmuur, proberen met man en macht de eerste scouts te verslaan. Met de aankomst van de Tovenares moeten ze hun aandacht verdelen. Moryc verbrandt in één keer een groot aantal van de plunderaars met een verzengende vuurbal. Alvyn trekt de tovenares met telekinetische krachten op de stadsmuur, vol tegen een andere Oosterling aan. Langzamerhand groeien de Oosterse strijdkrachten, terwijl het aantal soldaten dat de stad verdedigt afneemt.

Een necromancer en een Orkse Sjamaan voegen zich nog bij de duistere tovenares en met zijn drieën vernietigen zij een houten wachttoren. Als dan nog een vierde generaal, de grootste Goliath die zij ooit hebben gezien, het strijdtoneel betreedt begint Moryc te wanhopen. Faaz en Akke proberen zich kranig te weren tegen de ondoden aan de zuidelijke kant, maar voelen dat ze het niet lang meer uithouden. Ze vluchten naar het dak van de tempel om daar op adem te komen, terwijl Alvyn in een hoekje wordt gedreven door twee Orks die groter lijken dan Orks zouden mogen zijn.

Is dit het einde van de helden?

Dan komt de verlossing. Het tweede team – Gwen, Els, Pan en Brinn – is na een heroïsche overwinning direct naar hun vrienden gekomen. Gwen heeft haar sterkste aanvalsspreuken al gebruikt en kan alleen nog maar een beetje genezen. Brinn, zoals we van hem gewend zijn, springt meteen middenin het strijdgewoel en trekt de aandacht van vier Orks.
Els maakt korte metten met een paar plunderaars, terwijl ze een oogje op Faaz houdt. En dan komt Pan. Pijl na pijl vindt zijn doel en bijgestaan met melodische magie vallen de vijanden om hem neer. Het lijkt alsof Pan een hernieuwde energie heeft, een nieuw doel in zijn leven waar hij alles voor wil geven.

Faaz en Akke rennen , Moryc springt met een dappere – doch roekeloze – sprong van de toren en Alvyn teleporteert. Allen om bij hun redders in de buurt te komen. Met vereende krachten weten ze de vier generaals te verslaan.

Als het tij lijkt te keren komt de doodslag voor de aanvallers. Een gevleugelde bode van Gralzhadan landt op de toren en met scherpe klauwen valt hij de laatste Oosterlingen aan. Faaz lijkt de vogel te herkennen uit een vorig leven…

View
Het Vredesoverleg
Gehaaste beslissingen

Lyssa is vermoord. Brinns woorden raakten Faaz tot in het diepst van zijn hart. De Dragonborn zakte op de grond en de groep zag hem voor hun ogen veranderen. Een ongekende furie brandde in zijn ogen en Faaz, terwijl hij weer opstond, sprak een nieuwe toeweiding uit. Niet meer aan de Goden, maar aan zijn vrienden.

Helaas was de stad nog niet veilig. In de buurt van de gevangenis is een relatieve rust wedergekeerd nu Whaldeaus troepen die van Orswald hebben verdreven, maar in veel delen van de stad woedt de strijd nog ongetemperd door.

De helden gaan als eerst naar het Tweede en ontdekten daar dat niet Marech’s Zetel is ingestort, maar de Zherede Golidhi. Bij de Zetel lopen de avonturiers een groep van Orswald’s nieuwe, beter uitgeruste, stadswacht tegen het lijf. Ze weten dit eskader naar Smol Markt te sturen om daar tegen Whaldeau te vechten.

Vervolgens willen ze naar het Eerste, maar het ommuurde district is gesloten. De bewakers laten ze er niet langs, dus de groep gaat door naar hun huis in het Vierde. Ze nemen rustig de tijd om uit te rusten, maar worden de volgende dag weer ruw gewekt door de deurwaarders van de Gouden Wastafel. Het lijkt even op een conflict uit te lopen, maar Akke weet iedereen ervan te overtuigen dat de beste oplossing is om de hypotheek gewoon te betalen. Vervolgens gaan ze weer terug naar het eerste, om meer informatie te vinden over Orswald en Whaldeau. Ze ontmoeten een werknemer van Orswald, die ze vertelt dat hij met Whaldeau samen gaat komen in het Negende voor een vredesoverleg. Het overleg zal plaatsvinden bij het oudste huis van de stad.

De groep vergeet meteen dat er nog meer dingen te doen zijn in de stad en snelt naar het Negende. Ze zijn er ruim voor Orswald en Whaldeau aankomen en verstoppen zich op verschillende plekken rondom het huis. Alleen Faaz en Alvyn verstoppen zich binnen, wat toch de beste verstopplek lijkt te zijn.

Na enige tijd verschijnt eerst Orswald, met Raba, Sana, zijn Koloss en een aantal bewakers en even later ook Whaldeau met een groep gedomineerde Fomorians. De Koloss trekt om het huis heen en verdwijnt uit zicht. Ook een Fomorian splitst zich af van de groep.

De twee leiders spreken met elkaar, maar het klinkt alsof ze allebei tijd proberen te winnen. Even later horen de verstopte helden een korte schermutseling. Daarna verschijnt de Koloss weer in beeld en valt Whaldeau in zijn rug aan. Een groter gevecht begint nu en beide kanten voelen de kracht van de ander. Dat is het moment dat Moryc een grote vurige spreuk op de hele groep gooit. De rest van de helden springen in het strijdgewoel. Ze kiezen ervoor om Whaldeau te helpen en met hun hulp weten de Gnoom en zijn Fomorians de overhand te krijgen.

Orswald wordt gedood. Alvyn gebruikt zijn mind-control om Raba haar tweelingzus te laten vermoorden. Dan volgt een gesprek tussen de twee broers. Alvyn wil nog een laatste keer proberen om Whaldeau te overtuigen om zijn aanval op de stad te stoppen, maar vertelt niet dat er een grote strijdmacht van wildemannen aan komt.

Whaldeau is te ver heen. Hij keert Alvyn de rug toe en begint weg te lopen. Hij waarschuwt de groep nog eenmaal om hem niet in de weg te staan.

View
De heldenreünie
en een schok voor Faaz

De groep zet direct de achtervolging in. Pavel rent de longen uit zijn lijf en weet te ontsnappen in het riool. De speurneuzen blijven hem volgen en proberen alles om hem in te halen. Ze klauteren muurtjes op, balanceren over gammele bruggen en proberen kortere routes te nemen om dichter bij Pavel in de buurt te komen. Zoals dat wel vaker gaat met deze groep, het gaat niet allemaal goed. Faaz, Akke en Alvyn vallen in het poepwater dat door het riool stroomt en bij een splitsing besluiten Akke en Alvyn om de verkeerde kant op te lopen. De ‘damage boys’ lopen wel de goede kant op en vinden Pavel, die een aardige voorsprong heeft bereikt.

Pavel rent in een grote lange zaal naar een figuur toe. Festus. De naam klinkt bekend, en doet niet veel goeds vermoeden. Faaz en Moryc zien ook allemaal dode lichamen op de grond liggen. Andere gevangenen? Faaz rent naar voren, maar wordt tegengehouden door een paar van de lichamen die net nog levenloos op de grond lagen. Festus reanimeert lijk na lijk om een barriere op te werpen tussen hem en de damage boys. Pavel komt inmiddels bij Festus aan, maar is compleet verrast als Festus hem vastgrijpt.

De dikkige, rottende handen van de rioolbewaker duwen Pavel op zijn knieën. Vervolgens grijpt Festus met één hand het haar van Pavel en trekt zijn hoofd naar achter. In de andere hand is een flesje verschenen waar een blauwige vloeistof in zit. Hij giet dit drankje bij Pavel naar binnen en Pavel’s lichaam begint meteen te veranderen. Zijn huid wordt langzaam groen, zijn botten breken en beginnen te groeien. Pavel schreeuwt het uit.

Terwijl Pavel transformeert komen ook Akke en Alvyn aan en dan begint het gevecht pas echt. Hordes zombies struikelen over elkaar heen om de helden te bereiken en elke zombie die wordt gedood komt nog een keer tot leven als gereanimeerd skelet. Om de toestroom van zombies te stoppen duwen de helden een aantal pilaren om. Dat lukt, maar het plafond boven ze kraakt een breekt. Faaz gebruikt zijn goddelijke kracht om de ondoden te weren en de horde zombies wordt uiteengeslagen.
Pavel is dood.

Festus komt op de groep af gelopen, maar zonder zijn zombie-escorte weet ook hij de groep niet tegen te houden. De laatste zombies worden gedood, maar dan stort het verzwakte plafond in. Moryc, Faaz en Alvyn rennen dezelfde kant uit en Akke kiest voor een ander pad. Door een onverklaarbare gebeurtenis eindigt Moryc toch bij Akke en in groepjes van twee komen ze op verschillende plekken het riool uit.

De stad is in chaos. Mensen rennen overal heen en weer en slaan op de vlucht. Anderen grijpen juist hun kans en breken deuren en ramen in om kostbare eigendommen te stelen.
Dan lopen de duo’s de oorzaak tegen het lijf. Whaldeau’s minorities jutten iedereen op en steken willekeurig mensen neer. Elk van Whaldeau’s patrouilles wordt bijgestaan door een Fomorian. Hoe kan Whaldeau zo veel Fomorians tegelijk domineren? Een vraag voor een andere dag, want zodra de duo’s worden gezien worden ze aangevallen.

Moryc en Akke weten uiteindelijk als eerst hun patrouille minorities te verslaan en Akke snelt zich naar Faaz en Alvyn, die allebei bewusteloos op de grond liggen. Akke lapt eerst Faaz weer op, maar na de eerstvolgende klap ligt de Dragonborn weer bloedend en bewusteloos op de grond. De laatste Fomorian is erg hardnekkig en weet aanval na aanval te ontwijken. Uiteindelijk weet Moryc toch de Fomorian te doden en Akke helpt Alvyn en Faaz er weer bovenop.
Samen lopen ze verder door een stad die door haar eigen bewoners wordt vernield. Ze komen in een steeg en zien verderop een bekend gezicht. Brinn Mufasa herkent Akke en Faaz en roept ze toe. Hij loopt hun richting op, maar wordt dan belaagd door een zelfde soort patrouille als de duo’s eerder zagen. Alleen is er hier niet één, maar drie Fomorians!

Brinn springt meteen het strijdgewoel in en voordat de helden doorhebben wat er gebeurt springen er spirits en bliksemschichten door de lucht terwijl Brinn wild om zich heen zwaait met zijn lange zwaard. Hij danst soepel tussen de aanvallen van zijn belagers door en weet met elke beweging zijn wapen precies goed te positioneren voor een volgende aanval. Het lijkt alsof hij in tien seconden wel twintig keer weet te raken. De patrouille heeft nauwelijks tijd om zich te realiseren dat ze overmeesterd worden voordat ze stervend om de zwaardvechter in elkaar zakken.

Brinn’s wilde bewegingen stoppen meteen nadat de laatste vijand geveld is. Vervolgens liep Brinn naar Faaz toe en sloeg zijn armen om hem heen. Faaz begreep niet meteen wat er aan de hand is, maar langzamerhand werd duidelijk dat Brinn slecht nieuws voor de Dragonborn had. Faaz, die zijn leven lang al bezig is de wil van zijn Godin uit te voeren, kan het bijna niet geloven.

Lyssa is vermoord.

View
Onder nieuw bewind

Het is niet leuk in de gevangenis. Het is koud en vochtig en de gevangenen krijgen te weinig eten. Ze voelen zich langzaamaan steeds zwakker worden. Na ruim twee weken in de gevangenis hoort een aantal van de gevangenen een enorm kabaal buiten. Even later zien ze een grote stofwolk. Het lijkt erop dat er ergens midden in de stad een gebouw is ingestort. Welk gebouw zou dat kunnen zijn? Marech’s Zetel? Hun huis?

Het huis is nog een beetje een probleem, want doordat ze in de gevangenis zitten hebben ze de eerste aflosdatum van de hypotheek gemist. Daar zal de eigenaar van de Gouden Wastafel niet blij mee zijn!

Dan, na drie weken in de Doodswater is er ineens een heleboel lawaai en rumoer op straat. In de korte tijd dat ze uit de maatschappij zijn geplukt lijkt het wel alsof de hele stad op zijn kop wordt gezet. Kort nadat dit rumoer begint worden de Alvyn, Akke en Faaz samen in een cel gezet. Maar zonder Moryc. Waar is hij?

Na een mislukte poging om zelf uit de boeien los te komen stapt er een halfling de cel in. De halfling blijkt een deal te hebben gesloten met Faaz om hem en Akke uit te gevangenis te helpen bevrijden. Meteen beginnen de onderhandelingen om ook Alvyn vrij te krijgen en de halfling gaat uiteindelijk akkoord in ruil voor drie gunsten en informatie over Pavel Milos, de hoofdcipier van de gevangenis. Ook laat de halfling, die zich uiteindelijk slechts voorstelt als Rat, de groep beloven dat zij vier bewakers niet zullen aanvallen. Deze bewakers heten Chon, Tob, Pina en Tis.

De groep, ondervoed en vermoeid als ze zijn, lopen snel een paar bewakers tegen het lijf. Gelukkig weten ze uit een aangrenzende ruimte wapens te pakken en met die wapens weten ze de bewakers te overmeesteren. Daarna opent Faaz een deur en vindt een enorme Goliath die in kleermakerszit op de grond zit. Om de Goliath heen liggen twee cirkels van wit poeder. Die cirkels worden natuurlijk meteen doorbroken en de Goliath staat op en loopt stilzwijgend achter de groep aan.

Op de binnenplaats van de gevangenis heeft de groep de kans om wat geneeskrachtige planten en drankjes te bemachtigen. Hiervoor moeten de bewakers worden afgeleid en moet er een beetje geklauterd worden. Het gaat niet heel soepel, en uiteindelijk weet alleen Rat het balkon te bereiken en planten te pakken. Klein succesje, en Faaz en Akke voelen zich iets beter.

De groep wil het kantoor van Pavel Milos bereiken, maar moet eerst de vertrekken van de andere bewakers doorkruisen. Met enig sluipwerk en bijgestaan door flink wat geluk weten de helden de trap naar boven te bereiken. Pavel zelf is er niet, maar Tis en Pina gelukkig wel.

Op dat moment onthult Rat zijn eigenlijke plannen. Hij wil zelf helemaal niet uit de gevangenis ontsnappen, maar hij wil Pavel afzetten en een proxy installeren – uiteindelijk wordt Pina daarvoor geselecteerd) en zelf van achter de schermen de gevangenis onder controle krjigen. Op één of andere manier wordt hij hierin gesteund door de vier bewakers die hij eerder noemde en met zijn vijven weten ze de rest van de bewakers te overtuigen.

De groep doet alsof zij weer gevangen zijn genomen om ongemerkt in het deel van de gevangenis te komen waar Moryc naartoe is gebracht. Ze vinden hem uiteindelijk, gewond, gekneveld en uitgehongerd aan een martelrad in de noordoostelijke vleugel. Net als ze hem los hebben gemaakt horen ze een geluid achter zich. Pavel Milos.

De hoofdcipier schrikt en rent weg…

View
Avonturen in Bolom
Criminelen horen in de gevangenis

Pan heeft het landhuis van Orswald en Ordin gevonden. Het ligt net ten oosten van het kleine dorpje Bolom. De helden gaan er snel heen, want Pan is ergens ondergedoken om niet ontdekt te worden door Orswald.

Op weg naar het dorpje komen ze langs twee vrouwen in nood. Ze zijn in het nauw gedreven door een bint en verschuilen zich achter een handelskar die op zijn zij ligt. De bint is vastberaden om de twee vrouwen op te eten, maar de heldhaftige acties van de Power of Purple weerhouden het beest daarvan. De bint wordt verslagen en vervolgens zelf opgegeten!

De twee vrouwen stellen zich voor als Roos en Valeria en vertellen dat ze op weg zijn naar Stibren om daar hun waar te verkopen. Als dank voor hun redding geeft Roos een zilveren ketting aan Moryc.

Eenmaal in Bolom is het niet helemaal duidelijk waar ze moeten beginnen. Akke gaat uiteraard eerst even naar de lokale tempel om tot Marech te bidden. Vervolgens vragen ze aan iedereen die wil luisteren of ze toevallig een jongeman met opgeschoren haar hebben gezien. Alle dorpelingen hebben erg vergelijkbare namen, wat het er niet makkelijker op maakt.
Moryc ruikt bij één van de dorpelingen – Dim – het bloed van een hond. Later horen ze dat de hond van een ander – Magne – een week geleden is verdwenen. Dit heeft niets met Pan te maken, maar Moryc wil het mysterie toch graag oplossen.
Ook komen ze een man tegen – One – wiens dochter kwijt is. Ze werkte bij Orswald in het landhuis en is op een dag na haar dienst niet meer teruggekomen. Ook is er nog een zwangere vrouw die een beetje door het dorp loopt. De groep spreekt haar kort aan, maar gaat er niet op verder.

Uiteindelijk vinden ze Pan bij een boer die net buiten het dorpje woont. Hij geeft ze wat informatie over het landhuis en de groep trekt aan het begin van de avond door het bos naar de achteringang. Binnen maken ze bijna iedereen dood die ze tegenkomen. Een jong meisje is de enige die gespaard wordt, maar haar broer Ren heeft het helaas niet overleefd.

De spelers vinden een bijzondere dolk die tussen de 1500 en 2000 jaar oud is. De dolk is gemaakt van een bijzonder zwart, olie-achtig metaal. De groep denkt te weten dat dit soort wapens wordt gebruikt door een orde machtige krijgers die rond 400 IZ is uitgestorven. Ook vinden ze twee boeken over Brokund Brokundi Hofetiquette en Het belang van de Kroon.

Dan gaat alles helemaal mis. Op het moment dat de groep het landhuis wil verlaten stapt Orswald naar binnen, vergezeld door Pavel Milos (de hoofdcipier van Doodswater gevangenis) en een enorme, in metaal gehulde, krijger. De groep ziet meteen in dat dit gevecht hun pet te boven gaat en probeert weg te rennen. Zelfs dit lukt niet en Akke en Alvyn zijn de eersten die zich overgeven. Moryc en Faaz doen nog een verwoede poging om weg te komen – wat Faaz uiteindelijk bijna lukt – maar ook zij worden uiteindelijk gevangen genomen. Faaz was bewusteloos door zijn verwondingen.

Ze worden naar Doodswater gebracht en ieder in een aparte cel gestopt.

View
De Krachtbron aan de top

De groep begint door hun voorraden heen te raken, maar er is nog een lange weg te gaan tot de top van Marech’s Zetel. Faaz ziet kort het gezicht van Lyssa voor zich, maar ze is vertrokken van pijn en kan het visioen niet lang standhouden. Het enige wat zij tegen Faaz kan zeggen is “ga niet verder”. De groep overlegt wat ze gaan doen, maar besluiten uiteindelijk toch verder naar boven te gaan (mede dankzij het gevoel dat Marech in Akke’s vruchtbare baarmoeder teweegbrengt). Na een kleine zoektocht vonden ze weer een trap die ze verder naar boven kon brengen. Het werd snel duidelijk dat de Troglodytes waar ze tegen gevochten hadden ook via deze trap gekomen zijn: overal zijn sporen zichtbaar van een grote stam Trog’s die blijkbaar hier in de Zetel woont. Na een stuk de trap op te zijn gelopen wordt de stam ook gespot. Ongeveer 75 troglodytes zijn een ritueel aan het uitvoeren. In het midden van de groep staat een erg grote Trog die de focus van het ritueel lijkt te zijn.

De Power of Purple neemt de verstandige beslissing om deze groep niet te confronteren en sluipt verder omhoog. Met enig geklungel lukt het ze om een paar magische drankjes te drinken en Moryc en Faaz sterken weer een beetje aan.

Hoe hoger ze komen, hoe meer sporen ze zijn van een strijd die heeft plaatsgevonden tussen de Troglodytes en een groep spinnen. Uiteindelijk komt de trap uit in een ruimte waar de groep deze spinnen ook tegen het lijf loopt. In dit gevecht blijken niet de vijanden, maar juist de leden van de groep zelf het grootste gevaar: Moryc en Alvyn slagen er in om met hun spreuken Akke te beroven van het bewustzijn. Akke neemt dit de twee magiërs niet in dank af en stelt ze een ultimatum. Als zij nog één keer bewust en opzettelijk een bondgenoot beschadigen met hun spreuken dan belooft zij de groep te verlaten.

Nu de groep spinnen de doorgang niet meer belemmert stormen de Troglodytes meteen weer naar boven. Zij willen, net als de groep, de bovenkant van het gebouw bereiken. De lift die ze naar boven kan brengen is bezaaid met grote rotsblokken. Moryc neemt de taak op zich om de lift vrij te maken terwijl de rest probeert de Troglodytes tegen te houden. Vlak voordat de lift omhoog kan gaan bewegen stormt de enorme Trog die de focus was van het ritueel op Akke en Faaz af. Met een woeste haal van zijn zwaardknuppel slaat hij Akke achteruit. Daarna wordt Faaz door een schaduwarm van hetzelfde monster ook achteruit geslagen. De groep maakt zich snel klaar om op de lift te springen en zodra Moryc het laatste rotsblok van de lift afduwt springen ze er allemaal op, naar de bovenste verdieping van de toren.

Die verdieping bestaat uit één grote ruimte met ramen aan alle kanten. Deze ramen zijn in eerste instantie verduisterd met luiken, dus Faaz besluit om er twee te openen. Hij kijkt uit het derde raam aan de westzijde van het gebouw en hoort het geluid van een wegvliegende uil. Vervolgens loopt hij naar de andere kant van het gebouw en opent daar de vierde set luiken. Nu kan hij de uil ook zien vliegen. De vogel doet hem erg denken aan de uil die Anthe Mintie vergezelde in de sprookjesboeken die hij als kleine Dragonborn graag las.

In de grote ruimte is ook een trap die naar het dak van Marech’s Zetel leidt. Na lange tijd in het donker te hebben rondgelopen is het daglicht erg fel. Langzaamaan wennen de ogen aan het licht en het eerste wat zij zien is een enorme opengebarsten drakenschedel.

Als ze eenmaal gewend zijn aan het licht zien ze niet alleen een drakenschedel, maar ook de rest van het skelet. Verder staat er nog een boom, die door de naden van de daktegels heen gegroeid is. Akke gaat de boom bekijken en ziet dan een glinstering op de hoek van het gebouw. Ze zet een stap in die richting en ineens verandert de grond waar ze op liep in een bed van goudstukken en andere kleine gouden voorwerpen. Ze roept naar de anderen en pakt een goudstuk op. Faaz snelt zich naar haar zijde en graait klauwenvol goudstukken. Dan horen ze een luide, diepe stem die zegt: “dat is niet van jullie”.

De stoere helden schrikken hier een beetje van, en schrikken een heleboel als vervolgens een heuse draak voor hun ogen op het dak landt. De draak lijkt de groep gelukkig geen kwaad te willen doen en stelt zichzelf voor als Gralzhadan. De helden en de draak hebben een lang gesprek waarin een aantal dingen aan het licht komen. Gralzhadan is 1500 jaar geleden gedood door Argana, die vervolgens zijn kracht in zichzelf heeft opgenomen. Deze drakenmagie heeft haar in essentie onsterfelijk gemaakt en zij heeft sindsdien onder invloed van “de Schaduw” een groot effect gehad op de wereld.

Gralzhadan toont Faaz uit dat echte draken zelf ook onsterfelijk zijn. Dit doet hij door Faaz op zijn voorhoofd aan te raken met een lange klauw, waardoor er in Faaz een kennis ontstaat over Draken die hij niet van zijn Dragonbornfamilie geleerd heeft. Dat niet alleen, ook worden zijn grijze, stenige schubben verandert in gladde paarse schubben.
Ook Avez laat nog even van zich horen.

Faaz begrijpt nu dat toen Argana het vorige lichaam van Gralzhadan doodde, er in zijn hersenpan een ei ontstond waar zijn huidige lichaam in begon te groeien. Toen zijn lichaam er niet meer in paste barstte hij uit zijn oude schedel en de afgelopen 1500 jaar is hij langzaam verder gegroeid tot zijn huidige formaat.

Dit betekent dat Gralzhadan erg oud is. Hij spreekt over de Dovdokae als oude vrienden, die net zo gewoon waren als Faaz en Akke nu zijn.

Gralzhadan vertelt dat hij zich verantwoordelijk voelt voor alle schade die Argana aan de wereld heeft toegebracht en vraagt of de power of purple hem wil bijstaan in zijn strijd tegen “de Schaduw”. Wat deze schaduw precies is blijft een beetje onduidelijk. De Schaduw kan mensen beïnvloeden en ze reduceren tot hun meest simpele lusten. Daarnaast is de Schaduw erg bekwaam in mensen het gevoel geven dat ze juist bezig zijn terwijl ze eigenlijk juist verder en verder afdwalen van wat ze daadwerkelijk willen.

Akke, Moryc en Faaz accepteren het aanbod van Gralzhadan maar al te graag. Alvyn wil niet afdwalen van zijn echte doel, namelijk de reünie met zijn broertje.

Om bij deze belangrijke opdracht te helpen geeft Gralzhadan Moryc de kracht om de invloed van schaduw te zien. Hiervoor verwijdert hij Moryc’s rechteroog en vervangt het met een oog dat gemaakt is van hetzelfde materiaal als een Blauwe Wens. De groep vermoedt dat dit materiaal dus eigenlijk pure magie is in materiele vorm. De speer van Akke krijgt een blauwe gloed om de punt en Alvyn krijgt een mantel die zijn de vorm van zijn gestalte licht vervormt en verstoort.

Wat al deze geschenken precies doen is nog niet duidelijk, maar de groep voelt dat zij goed gewapend zullen beginnen aan de strijd tegen de schaduw.

View
De trappen van Marechs Zetel

Toen Moryc Flamepaw zijn hondsdolheid weer te boven was werd hij wakker in een leeg huis. Zijn scherpe neus wist hem eerst naar de Zherede Golidhi te leiden, waar een behulpzame wachter hem vertelde dat Morycs kompanen daar de vorige dag een groot gevecht hadden gewonnen. Akke, Alvyn Mayberry en Faaz Stonescale hadden alledrie een Certificaat van Bekwaamheid ontvangen van Vechtmeester Lavende, waardoor zij mee mochten doen aan de schermutselingen in de arena.

Moryc besloot deze Lavende op te zoeken om te vragen of hij weet waar zijn vrienden zich bevinden. De Meester zag in Moryc een pupil aan wie hij veel kon leren. De wilde, roekeloze manier van vechten die Moryc gebruikt is volgens Lavende zijn zwakte. Hij wilde Moryc laten zien dat niet alle gevechten de dood als resultaat hoeven te hebben.
Hij deed dit door Moryc te dwingen een gevecht te verliezen. De andere leerlingen kregen de opdracht om de Gnoll te vernederen, om het verlies van het gevecht goed in te wrijven. Van alle kanten werd Moryc beledigd met zinnen als: “Kijk hoe die staat de kwijlen, z’n tong is te groot voor z’n mond” en "Je hele familie was zwak en jij bent de zwakste”.

Uiteindelijk werd het Moryc te veel en hij smeekte om het verbale (en inmiddels ook fysieke) geweld op te laten houden. Dit was natuurlijk precies waar Lavende op wachtte de mishandelingen stopten direct. Lavende vroeg Moryc of hij verloren had en liet Moryc inzien dat verlies niet altijd het einde van de wereld is. Moryc leek de les te begrijpen en greep Lavende’s uitnodiging om bij hem verder te trainen gretig aan.

Toen werd het echt tijd om Akke, Alvyn en Faaz te vinden. Op de Smol Markt pikte de warlock de geur van zijn maten weer op en volgde het spoor naar een ondergronds grottenstelsel. De weg die de anderen afgelegd hadden leek volstrekt willekeurig. Uiteindelijk kwam Moryc in een grote ondergrondse zaal waar talloze kleine tunneltjes in uitkwamen. Het geurspoor was er nog steeds en leidde Moryc één van deze tunnels in.
Zo kwam de getemperde Moryc aan bij de voet van Marechs Zetel, waar hij zijn drie vrienden vond die rustig aan het lezen waren in “”/wikis/Verhalen%20van%20Bael%20de%20Bard/new" class=“create-wiki-page-link”>Verhalen van Bael de Bard", “”/wikis/De%20belastingadministratie%20van%20Stibren%20in%20de%20zaai-%20en%20groeiseizoenen%20van%201793%20IZ/new" class=“create-wiki-page-link”>De belastingadministratie van Stibren in de zaai- en groeiseizoenen van 1793 IZ" en “Het Ritueel van Tranquiliteit”.

Nu de groep weer compleet was besloten ze om de trap die Marechs Zetel in leidde te nemen. Alvyn koesterde hoop om daar zijn broertje Whaldeau/Ian te vinden, maar zij waren ook uitgedaagd door de Minotauri Morituri om de schermutseling die zij in de Zherede hadden uitgevochten nog eens over te doen.

Nadat zij een stuk omhoog waren gegaan kwamen ze uit in een smalle gang. De trap die verderop weer verder ging was geblokkeerd door een kleine instorting. Aan zowel de linker als de rechterkant van de gang waren deuren en Moryc voelde vanuit zijn onderbuik een sterke aantrekkingskracht naar de linkerdeur. Dit leidde hem naar een kist waar ze een bericht van Argana in aantroffen. Op dat moment werd Moryc besprongen door een kleine Gelatinous Cube, maar daar wist de groep snel mee af te rekenen. Na deze korte strijd hoorden zij wel ineens een hoop lawaai uit de andere deur komen. Ze gingen snel kijken wat er daar aan de hand was en liepen de Minotauri Morituri tegen het lijf, dit keer onder leiding van een enorme, angstaanjagende Minotaurus met een bijl die er uit zag alsof hij gemaakt was voor onthoofdingen.

Moryc en Faaz, stoer en onbevangen als zij beiden kunnen zijn, stormden op de vijand af, maar positioneerden zichzelf daarmee vlak voor een afgrond. De Minotauri maakten hier meteen gebruik van door ze met een harde schokgolf over de rand te duwen. Alvyn en Akke probeerden zich staande te houden terwijl Faaz en Moryc weer naar boven probeerden te komen en de Minotauri probeerden verwoest om door hun linie te breken.
Weer trokken de Minotauri echter aan het kortste eind. Toen alleen de woeste leider nog overeind stond greep Moryc hem met een duistere hand van magie en gooide hem in dezelfde afgrond waar hij zelf eerder in gevallen was. De grote bijl viel op de grond en werd vervolgens door de groep meegenomen.

Nu de rust een klein beetje was teruggekeerd gingen ze aan de slag met het vertalen van het bericht van Argana. Langzamerhand worden Alvyn en Moryc steeds beter in het begrijpen van Evran en ook dit bericht werd ontcijferd. Uiteindelijk bleek er te staan:

“Ik heb kracht nodig. Sinds ik mij heb losgemaakt van Idrile Grendhi voel ik me steeds zwakker worden. De magie die hij gebruikt heeft om mij terug te brengen van de dood neemt langzaam af. Er is niet veel meer over. Als ik me goed concentreer kan ik grote bronnen van kracht in mijn buurt waarnemen en als ik het goed heb is er een grote krachtbron bovenop dit gebouw. Ik heb een aantal ideeën over hoe ik kracht uit een externe bron in mijzelf op kan nemen.
Deze woorden zijn in metaal geschreven omdat alleen metaal niet lijkt te veranderen
~Argana”

Dit vond de groep natuurlijk uiterst interessant en ze besloten hun weg naar boven te vervolgen. Dit bracht ze in een grote ruimte die in tweeën gesplitst was door een grote afgrond. Het was hier pikdonker. Moryc deed een vlam in zijn hand ontwaken, maar hierdoor werd de groep gezien door een groep Tieflings die zich aan de andere kant van de afgrond bevonden. De Power of Purple werd meteen belaagd door vuurballen en projectielen en moesten snel proberen zich naar de andere kant te verplaatsen. Op weg naar de andere kant zagen zij ook nog een gedode Troglodyte, die door dezelfde vuurballen en projectielen te grazen leek genomen.
Aan de andere kant van de ruimte vonden ze een houten rek dat als brug over de kloof geplaatst kon worden. Het was niet een heel stevige constructie en Alvyn werd gekozen om de brug te testen. Dit lukte, dus Moryc volgde ook. Faaz en Akke twijfelden over wie de derde persoon zou zijn die de afgrond zou oversteken en uiteindelijk was het Akke die als laatste achterbleef, nadat Faaz de brug had doen instorten. Vanaf de andere kant werd haar een touw toegeworpen en ze in plaats van te proberen over de afgrond heen te springen liet Akke zich rustig de afgrond in vallen. Aan de andere kant probeerden Faaz, Moryc en Alvyn haar omhoog te trekken, maar dit ging volledig mis. Alvyn moest met zijn psionische krachten ingrijpen om Akke van een dodelijke val te besparen.

Nu ze zich eenmaal aan de zelfde kant van de afgrond bevonden als de Tieflings ging de groep snel aan de slag. Er werd hard gevochten en de groep vuuraanbiddende Tieflings werden één voor één gedood.
Na het gevecht graaien meteen de grijpgrage handjes van de vier avonturiers door de zakken van hun vermoorde vijanden en wordt de omgeving zorgvuldig doorzocht om geen enkel goudstuk te vergeten. Deze gierigheid werd dit keer beloond met een misselijkmakende zak rottend vlees, waar Moryc toch even doorheen wilde gaan. In een achterkamertje vonden ze toch nog de beloning waar ze naar op zoek waren en bleek dat het gespeur in alle zakken, hoekjes en kieren eigenlijk helemaal niet nodig is.

Hun rust bleek van korte duur, want aan de kant van de kamer waar zij binnen waren gekomen stroomde nu een horde Troglodytes naar binnen. Zonder brug naar de overkant zat er niets anders op voor Faaz om met een heroïsche sprong weer terug over de afgrond te springen en de troglodytes allemaal naar zich toe te trekken. Twee van de Trog’s probeerden Faaz en Moryc zoveel mogelijk te verzwakken. Een donkere rook vloog door de ruimte en materialiseerde voor de neus van Akke, Alvyn en Moryc. De adem van deze Enorme Troglodyte versufte Moryc, die nog steeds een beetje misselijk was van de zak met vlees waar hij in was gedoken. Hij wist zichzelf snel genoeg te herpakken om te zien dat Faaz, aan de andere kant van de afgrond, werd overweldigd door een viertal vijanden. Deze vijanden stonden zo mooi op een kluitje dat Moryc het niet kon laten om ze met een enorme vuurbal allemaal te vernietigen, maar hij bracht daardoor ook aanzienlijke schade toe aan het bewusteloze lichaam van Faaz.

Akke kon het lijden van Faaz niet langer aanzien en sprong in haar zware harnas over dezelfde afgrond als de Dragonborn eerder had gedaan. Zij wist hem snel te bereiken en met haar helende handen wreef ze over de wonden van Faaz.
Moryc en Alvyn deden hun uiterste best om af te rekenen met de Schaduw Trog en uiteindelijk werd ook dit monster door Moryc gedood.

De vier beginnen in te zien dat het geen gemakkelijke klim is om de top van Marechs Zetel te bereiken, maar ze houden moed en trekken door.

View
Op bezoek bij Els

Whaldeau heeft de Power of Purple gevraagd om een nieuwe bewoner van zijn buurt te leren kennen. De groep ontmoet Els, een bijzondere Shifter die vanuit het oosten Stibren in is gekomen. Els blijkt erg openhartig en stelt snel voor om samen op avontuur te gaan. De Power of Purple is niet zo goed van vertrouwen als Els, maar omdat Whaldeau het van ze gevraagd heeft besluiten ze toch Els mee te nemen.

Els blijkt een aanhanger van The Silver Faith te zijn, wat Akke duidelijk lastig vindt. Aan de andere kant blijkt Els erg bekwaam te zijn in de genezingskunst, wat Akke’s terughoudendheid een beetje verminderde.

Nadat iedereen zich had voorgesteld hoorden ze dat de marktlieden van de Smol Markt hun koopwaar hadden uitgestald en begonnen aan te prijzen. Een van deze verkopers, Dak, verkocht veel zilveren spullen. Els herkende een scherf van een zilveren plaat als een Goddelijke Scherf. Dak wist gelukkig niet wat een bijzonder voorwerp het was en de groep kocht de Scherf voor een spotprijs. Dak kon ze ook nog vertellen dat hij het reliek gekocht had van Namar, die in het 16e woont.
De groep wilde graag weten waar Namar de Scherf gevonden had, dus haastten ze zich naar het 16e. Namar was nergens te vinden, maar vlak voor de groep hun zoektocht wilde stopzetten sprak een jong meisje hen aan. Tes bleek de vriendin te zijn van Namar en ze had al een week niet meer van hem gehoord. Zij wist echter wel dat hij vaak Marech’s Zetel in sluipt om waardevolle dingen te stelen en is bang dat hij dat nu weer heeft gedaan.

De groep neemt dezelfde ingang als Namar en sluipt succesvol langs alle bewakers. Op de eerste verdieping stapt Faaz in een klodder slijm en even later vinden ze de helft van het lichaam van Namar. Vlak daarna worden Alvyn’s vermoedens bevestigd. Een grote gelatinous cube valt op hem en houdt hem vast. Alvyn voelt meteen hoe zijn vlees door het monster verteerd wordt. De andere helden reageren gelukkig snel en vallen aan. Twee kleinere kubussen sluiten de gang aan de andere kant af, maar de Power of Purple weet ze te overmeesteren. Ze vinden een enorme Goddelijke Scherf die meer vertelt over het ontstaan van het zilveren geloof. Deze nieuwe informatie bevestigt wat Els al vermoedde: haar geloof was nooit bedoeld als gewelddadig, al is dat wel hoe de meeste volgelingen dat nu zien.

Verderop stuitte de groep op een bebloede tafel. Ze vermoedden dat Orswald Stiberborn op deze tafel Norola Witnagel vermoord heeft. Moryc rook een bloedspoor en volgde het naar het verstopte lichaam van het dode Raadslid. Moryc brak haar vinger af om zo haar gouden zegelring mee te kunnen nemen.

Nadat ze weer uit Marech’s Zetel weggeslopen waren zei Els dat ze graag terug zou willen naar haar familie. Ze wilde de nieuwe informatie van de Goddelijke Scherf graag met ze delen. Op weg naar haar dorp kwamen ze langs het Oostfort waar Els het land ook in was gekomen en waar ze vrienden was geworden met bewaker Donnie. De kapitein van het fort vertelde ze dat Donnie op expeditie was naar het oosten en er dus nu niet was. De helden bleven een nachtje slapen bij het fort, maar werden midden in de nacht gewekt door een schreeuwende woesteling.

Valten Hamerhand was gekomen om te vertellen dat hij de volgende dag het fort aan zou vallen. Heldhaftig als ze zijn bood de Power of Purple aan de kapitein te helpen bij het weerstaan van de aanval. Toen Valten opnieuw bij het fort kwam had hij een Bint en ruim een dozijn wilde krijgers bij zich, waaronder de familie van Els. Els schrok zich een hoedje een begon meteen te roepen dat ze niet aan moesten vallen. Els’ vader probeerde haar subtiel te laten weten dat ze zich geen zorgen hoefde te maken, maar het duurde een poosje voordat Els doorhad wat hij bedoelde. Intussen werd er overal om hen heen gevochten en het leek een verloren zaak toen de Bint de toren in sprong. Alvyn wist hem er gelukkig vanaf te smijten. Toen Els eenmaal begreep wat haar vader van plan was gooide ze met Goddelijke kracht Valten en de Bint naar haar familie, die op dat moment hun plan openbaarden. Ze sloegen woest en hard in op Valten en Els sprong van het fort af om er een eind aan te maken. De slag om het fort werd gewonnen zonder slachtoffers en Els en haar familie waren herenigd.

View
Een kleine verrassing

De Power of Purple is aangekomen in Stibren en is meteen aan het werk gegaan. Pan heeft ontdekt waar Orswald Stiberborn woont en de groep besluit in zijn huis in het Eerste in te breken. Ze wisten alle bewakers met hulp van Alvyn slim te ontwijken. Eenmaal binnen vonden ze een dagboek waarin Orswald zijn leven gedetailleerd heeft bijgehouden. Zo ontdekten de helden dat hij twee mensen vermoord heeft: Joseph Pentorum, ook bekend als Purperklauw en Norola Witnagel.

Alvyn kreeg vervolgens een klein briefje in zijn hand gedrukt, waarin hem verzocht werd om naar de Smol Markt te gaan. Zijn metgezellen mochten mee, maar alleen als Alvyn ze onder controle kon houden.

Smol Markt bleek een kleine markt te zijn die dient als verzamelplaats voor allerlei minderheden in de stad. Ze zagen Gnomes, Halflings, Dwergen en andere minder bekende rassen. Het briefje leidde ze naar een ondergrondse tunnel, waar de Power of Purple in het donker tegen een enorme gestalte aanliepen. Met wat meer licht herkenden Alvyn de grauwe, bleke huid van een Fomorian en hij werd overvallen door angst. Faaz en Moryc begrepen de paniek van Alvyn niet helemaal en Moryc gedroeg zich zoals hij altijd doet. Al snel bleek dat een kleine Gnoom, Whaldeau, de fomorian compleet onder zijn controle had. Whaldeau is het broertje van Alvyn, maar inmiddels ook de leider van de ondergrondse bende die opkomt voor de minderheden in de stad.

Moryc bleef stoer doen, dus die kreeg een opdonder van de Fomorian.

View
Aankomst in de hoofdstad
een bruine tocht

Vlak nadat de Power of Purple hun reis naar Stibren was begonnen kwamen ze alweer in de problemen. Faaz hoorde een aNGSTSCHReeuw en ging samen met Moryc kijken wat er aan de hand was. Ze zagen drie Lagedidh! Twee Gevelrung stonden met hun harde hoofd te dreigen naar twee mannen die in het nauw waren gedreven. Iets verder van de mannen af stond een nog grotere Gengdhez. Moryc slaakte een kreet, hard genoeg om de twee achtergebleven avonturiers snel te doen komen.

De Lagedidh wachtten echter geen moment. Een woest gevecht brak uit en Faaz en Moryc werden hard aangepakt. Gelukkig sprong een Tiefling uit het niets het slagveld op en gebruikte zijn kruisboog om in de buurt van de Lagedidh te schieten. Deze afleiding duurde precies lang genoeg en Akke en Alvyn kwamen tevoorschijn. Zoals het de moedige paladijn betaamt rende zij meteen af op het grootste monster dat zij zag. Alvyn deed ook precies wat van hem werd verwacht en hij verstopte zich met behulp van zijn mentale krachten.

De een na de andere Purpelier werd neergeslagen maar met elkaars hulp, en die van de Tiefling, wisten ze uiteindelijk toch de grote hagedissen te verslaan. Na het gevecht volgde een broodnodig voorstelrondje waarin de Tiefling die Agamemnon bleek te heten cadeautjes uitdeelde. De twee in het nauw gedreven mannen hadden iets te veel hooi op hun vork genomen in hun zoektocht naar glorie. Ze accepteerden graag het aanbod van de Power of Purple om samen weer terug te reizen naar Stibren.

Een heerlijke maaltijd van Lagedidhtestikels volgde, maar het vlees bleek niet helemaal in orde. De volgende ochtend was iedereen aan de schijterij. Behalve Faaz want die was te bang om het vlees te proberen. Gelukkig wist Agamemnon wel een plantje dat zou kunnen helpen tegen de bruine stroom ellende die iedereen produceerde en ging dat snel zoeken. Maar hij kwam niet terug. De Power of Purple bleef vier uur wachten tot zij besloten dat ze hem misschien moesten gaan zoeken. Tot ieders verbazing werd Alvyn dit maal aangewezen om sporen te gaan zoeken. De kleine schijtlijster (nu letterlijk en figuurlijk) vond een plek in het bos waar was gevochten. Hij snelde zich terug naar de groep en met zijn allen gingen zij Agamemnons ontvoerder achterna.

Toen ze de ontvoerder hadden ingehaald bleek dit een vrouw uit Brokund in zwart met witte kleren. Ze stelde zich voor als Garge Reegi. Deze Garge zag in dat zij een gevecht tegen de bonte ploeg rouwdouwers niet kon winnen en besloot haar opdracht op dat moment te voltooien. Ze stak een ijzeren pin door de oogkas van Agamemnon en penetreerde zijn hersenen. Vervolgens gaf ze zicht over aan de groep.

Faaz besloot dat hij haar toch stom vond en gebruikte het mes dat hij van Agamemnon cadeau had gekregen om de halsslagader van de Brokundi door te snijden. Ze stierf aan zijn voeten.

De rest van de reis was rustig en ging voorspoedig. Alvyn en Moryc leerden allerlei nieuwe rituelen uit Neefri’s rituelenboek.

Toen ze in Stibren aankwamen was er een nieuw probleem: waar ging de groep verblijven?
Ze besloten naar een makelaar te gaan die verschillende opties aan de groep aanbood. Een huis kopen is natuurlijk niet iets waar je meteen over beslist en de keus werd grondig besproken en overlegd. Uiteindelijk kreeg de makelaar zijn zin en besloot de Power of Purple om het duurste huis dat te koop was aan te schaffen. Van de 475 goudstukken die zij daarvoor moesten betalen kon de groep 250 zelf bij elkaar leggen. Het resterende bedrag werd gefinancierd met behulp van een hypotheek met een afkoopsom van 275 goudstukken.

De helden zijn nu, op de 21ste dag van de eerste oogstmaand, op weg om hun aankoop voor de eerste keer te bekijken.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.