Stibnal

De slag om the Pit

Het moment was eindelijk daar. De strijdmachten van Oreenos en die van de Sons of Marech stonden tegenover elkaar. De eerste paar dagen waren de twee legers goed aan elkaar gewaagd en beide kanten verloren veel manschappen. Als er bij een schermutseling aanvoerders aanwezig waren dan werd de strijd meteen heftiger. Uiteindelijk wist de Power of Purple – de nieuwe naam van de groep helden – de Doden steeds verder terug te dringen. Dit probeerden ze zo snel mogelijk te doen, want de naderende Engel toonde voor niemand compassie: de enkele eenheid die niet op tijd was weggevlucht werd genadeloos verwoest.

Nadat beide legers vrijwel helemaal waren uitgeput begon het laatste gevecht, de strijd tussen de helden van Steenpost en Oreenos en zijn metgezellen. De wijk waar dit gevecht zou plaatsvinden was in eerste instantie stil en verlaten. De vier gingen op zoek naar hun tegenstander en verspreidden zich over de kaart. Oreenos en zijn soldaten hoopten hier al op en sloten de verdeelde avonturiers zo goed als mogelijk in. Toch werd al snel duidelijk dat de normale krijgers van de Doden niet opgewassen waren tegen de krachten van Moryc en companen. Toen uiteindelijk alleen de leiders van de twee facties nog tegenover elkaar stonden voelden zij alleen een grote schok en ontploffing en de gebouwen om hen heen stortten in elkaar. De Engel had het strijdtoneel betreden.

De strijd werd duidelijk urgenter toen duidelijk werd dat de Engel zijn zoektoch naar Oreenos bijna had volbracht en Alvyn zette een krachtig offensief op tegen de Rov. Deze werd van het slagveld weggeslingerd en sloeg hard tegen de grond.

Terwijl de Engel steeds dichter naderde kwam ook Karkrov weer terug. Hij had Gaspard Thorboo opgehaald en samen sprongen zij in de strijd. Karkrov’s doel was duidelijk: hij was hier om Oreenos terug te halen naar zijn gevangenis. Tussen hem en de Dovdoka stond alleen nog Vorit, maar die werd met een enkele beet van zijn bovenlichaam ontdaan. Tegelijkertijd zag Faaz een opening in de verdediging van Kallista en haalde direct uit met zijn zwaard. Het hoofd van de duistere tovenares rolde over de grond, terwijl Faaz in een flits naast Oreenos verscheen. De Dragonborn viel aan en sloeg de gevloerde godheid naar achter, recht in de muil van Karkrov.

De bewaker had zijn prijs en sleepte hem snel terug naar het gat in de grond. De Engel nam dit waar en stopte zijn verwoesting. Hij zag dat zijn missie was volbracht en besloot dit te accepteren.

Na de grote slag om de stad keerden de Power of Purple terug naar de thuisbasis van de Sons. Daar deden ze hun best om de rebellerende leden aan te wijzen, wat uiteindelijk goed verliep. Pan was tevreden over de bende die hij heeft opgericht, maar voelde dat het tijd was om een nieuw pad in te slaan met zijn opnieuw aangewakkerde liefde. Hij droeg het leiderschap van de Sons of Marech over aan Robart Stenchlak en trok samen met de Helden de stad uit, op weg naar Stibren. Wie weet wat voor avonturen ze daar gaan beleven..

View
De stilte voor de storm
weer geen seksverhaal

Midden in de nacht van de vierde dag van de eerste oogstmaand kwamen de jonge helden aan bij het gebouw in Bogin Zhog waar Bas gevangen zou worden gehouden. Alvyn gluurde voorzichtig door alle raampjes om te kijken wat ze binnen zouden aantreffen, maar Moryc moest daar niet van hebben. Hij opende de voordeur en er vloog direct een pijl langs zijn hoofd naar buiten. De bewoners van het pand hadden blijkbaar geen zin in bezoek. Bekomen van de schrik stormden ze naar binnen en maakte korte metten met de vier lieden die de hal bewaakten. Faaz’ grijsgekleurde en grijpgrage klauwen trokken nog voordat een stervende bewaker de grond raakte een ketting met een groene steen van zijn nek. De groep had direct allerlei wilde fantasieën over wat de ketting voor magische krachten zou hebben en er ontstond een verhitte discussie. Alvyn wist Faaz ervan te overtuigen dat het slimmer was om de ketting niet meteen om te doen, maar kon niet voorkomen dat Faaz daar erg boos over werd. De Dragonborn trok de groep even niet meer en besloot een ander deel van het gebouw te gaan verkennen. Op de eerste verdieping gluurde hij door een kiertje in een deur en zag twee figuren in de kamer staan. Overmoedig trok hij de deur open en stapte naar binnen.

Dit bleek niet de beste beslissing te zijn, maar gelukkig had Akke een bovennatuurlijk gevoel dat er iets aan de hand was en zij leidde de rest van de groep naar boven. Daar troffen ze het inmiddels bewusteloos geslagen lichaam van hun metgezel aan, dat aan de voeten lag van twee enorme minotaurussen. De drie sprongen er bovenop en wisten nipt een overwinning te behalen. Nadat ze een beetje waren uitgepuft doorzocht de weer verenigde groep de rest van het gebouw. Kleine Bas werd snel gevonden en bevrijd.

Aan de achterkant van werd een grot ontdekt. De groep schatte echter in dat ze hun missie hadden volbracht en lieten de grot en daarin gelegen afgrond voor wat het was. Bas werd veilig teruggebracht door Faaz en Alvyn, die op de terugweg hun conflict gelukkig konden oplossen. Tegelijkertijd trokken Akke en Moryc wederom naar de andere kant van de muur om Karkrov te genezen. Alles lukte en daarmee zijn de Sons of Marech zo goed als mogelijk voorbereid om de strijd aan te gaan met Oreenos en de Doden.

View
Gerommel in het Pantheon

Op de avond van de vierde dag van de eerste oogstmaand vroeg Lyssa of ze door Faaz Stonescale een boodschap mocht doorgeven. De ongelovigen in de groep voelden de brandende glorie van Lyssa en konden niet vasthouden aan devotie om haar aanzicht te weerstaan. De Dovdoka zei dat een van haar hogere volgelingen op weg was naar The Pit om de ‘problematische stad op te lossen’. Lyssa bedankt de groep voor hun bijdrage en adviseert ze om terug te keren naar de plek waar ze al eerder tegen Oreenos gevochten hebben.

Trouw aan hun geloof wordt het advies direct opgevolgd en het bleek uiteraard een goede tip te zijn. Op het plein vonden ze Daar, het vermiste nestgenootje van Faaz. Oreenos probeerde haar ontsnappingspoging nog te stoppen, maar bleek niet opgewassen tegen de snelle voeten van de vluchtende helden. In de schermutseling werd wel het bloed van de Rov bemachtigd, wat gebruikt kan worden om Karkrov te genezen.

Daarna ging de groep op zoek naar een Manticore want het maagzuur van dit beest is het tweede benodigde ingredient voor het medicijn. De Manticore werd gevonden in een grot halfhoog op de Slachtsteen en met dodelijke efficientie onschadelijk gemaakt. Alvyn voelde een aanwezigheid in een klein hoekje van de grot die hij al lang niet gevoeld had. Op een lagere richel zag en herkende hij een kleine schoen. Helaas liep het spoor daarna weer dood, maar misschien is er in de rest van de stad nog meer te vinden.

Bovenop de Slachtsteen werd de rustplaats van Gamra gevonden en zoals gewoonlijk werd de rust meteen verstoord. Kleine Alvyn werd op het skelet geworpen en de beschermende kristallen cirkel rond haar lichaam werd verbroken. De kristallen bleken te helpen tegen de invloed die Kallista uitoefent over Akke en misschien werkt het ook wel voor Pan. Er ontstond een discussie over de intenties van de Rov en de Mevn waarin steeds meer vermoed werd dat de Mevn misschien niet zo goedwillend zijn als de naieve helden hadden gedacht.

De kristallen werden afgegeven aan de edelsmid die toevallig nog wakker was. Hij was bereid om voor een kleine vergoeding twee amuletten te maken. Daarna trok de groep snel door naar Bogin Zhog, waar ze Bas gevangen wordt gehouden.

View
Return of the Dead

De derde dag van de eerste oogstmaand bleek voor Akke een intense dag te worden. Na een uitputtend gevecht met de Blauwe Bruten, waarbij de vrienden het eind van hun leven plotseling toch wel erg dichtbij zagen komen, werd besloten vroeg naar bed te gaan. De jonge Paladijn had echter andere plannen. Ze sloop naar de kamer van haar aanvoerder Pan en daar werd een vlam aangewakkerd waar zij allebei van dachten dat hij uitgedoofd was. Ze spraken over vergeten tijden en de man bezong met ontbloot bovenlichaam haar schoonheid en bewonderenswaardige devotie aan Marech. De zoete klanken van zijn stem, begeleid door de tonen van zijn lier, lieten Akke niet onberoerd en al snel werd het lied geïnterrumpeerd door de vleselijke lusten die daarbij gepaard gingen. Ookal was dit precies waar Pan op hoopte, toch twijfelde hij of het een verstandig idee was om verwikkeld te raken in een affaire met dit meisje dat hij blijkbaar al kende voor zijn dood en wederopstanding. Sinds hij wakker werd op het Slachtveld is zijn enige doel geweest om de stad waar hij van is gaan houden op te schonen en de afleiding van liefde is iets wat hem daarbij in de weg zou kunnen staan. Akke liet zich echter niet zo gemakkelijk tegenhouden en toen zij haar tuniek van zich af trok besefte Pan zich dat er geen enkele manier was waarop hij hier weerstand aan kon bieden. De fysieke opwinding die hij ervoer toen hij haar gespierde maar vrouwelijke torso voor zich zag ging gepaard met een vernieuwd gevoel van herinnering aan de tijd die zij eerder samen hadden doorgebracht. Pan trok het meisje tegen zich aan en met zijn andere hand streelde hij haar wang. Een diepe kus deed hen de grauwe omgeving van de kamer volledig vergeten en zij raakten samen in een dimensie die alleen voor hun toegankelijk was. Onder het toeziend oog van de God die zij allebei vereren bewogen zij hun lichamen steeds dichter naar elkaar toe, tot het niet mogelijk was dichter bij elkaar te komen. Akke scheurde de broek die Pan nog aan had van zijn lijf en schrok in plezier op toen ze zag dat hij klaar was voor haar. De twee lieten er geen gras meer over groeien en hun lichamen namen bezit van elkaar. Lange tijd later rolde Akke uitgeput van hem af, met een voldane glimlach op haar gezicht. Ze keek naar Pan die met gesloten ogen nog zwaar aan het ademen was. Het rijzen en dalen van zijn grijsgespierde borstkas vulde haar met vernieuwde opwinding en ze trok hem nogmaals naar zich toe. De nacht strekte zich voor hen uit en er leek geen eind te komen aan de intensiteit van hun aantrekkingskracht, zelfs toen ze in elkaar armen in slaap waren gevallen werden ze kort daarna weer wakker en begon het liefdesspel weer van voor af aan. Toen het toch ochtend begon te worden en hun lichamen wederom in elkaar verstrengeld waren vloog plotseling de deur van de kamer open en stond daar een snuivende Gnoll, een Dragonborn en een wezen dat eruit zag als een klein kind. Zowel Akke als Pan voelde geen schaamte voor de naaktheid en verbondenheid van hun lichamen en vanuit die positie stonden ze de ongenode gasten te woord. Zonder dat de binnendringers het doorhadden, drong Pan Akke ook nog een laatste keer binnen en bracht hen beiden tot een hoogtepunt.

Toen Moryc, Faaz en Alvyn de deur openden zagen ze dat zowel Pan als Akke een groot vergelijkbaar litteken op hun borst hebben. Allebei wisten ze niet precies meer hoe ze aan het litteken gekomen zijn, Pan kan zich slechts de laatste twee jaar herinneren. Moryc had eerder vergelijkbare littekens gezien, toen hij nog bij zijn clan was. De tovenares Kallista had de littekens toen aangebracht op een aantal andere Gnolls, die vervolgens niets anders konden doen dan haar gehoorzamen. Dit klopt ook met de ervaringen van Pan en Akke, die een intense pijn ervaren als ze bij Kallista in de buurt zijn.

Alvyn, Faaz en Moryc vonden het door deze littekens lastig om Pan nog te vertrouwen en besloten hem niet te vertellen wat zij achter de muur gingen doen. Toen ze daarnaar toe op weg waren liepen ze in Bogin Gug een aantal Doden tegen het lijf. Ze werden snel overmeesterd, maar bleken geen littekens te hebben.

Eenmaal achter de muur aangekomen werd een groot mysterie ontrafeld. Karkrov blijkt de bewaker te zijn van een gat in de grond, waar the Pit zijn naam van heeft gekregen. Dit gat is de gevangenis van de Rov die de eeuwenoude oorlog overleefd hebben. Ook ontmoette de groep Gaspard Thorboo, die zwaar gekarkrideerd en vergroeid met de muur een vriendschap met Karkrov heeft opgebouwd.

Kallista heeft de Rov Oreenos bevrijd uit deze gevangenis en sindsdien hebben zij samen de Doden opgericht. Tijdens deze ontsnapping heeft Oreenos Karkrov verwond en het dier is nog steeds niet genezen van deze wond. Gaspard heeft Daar erop uitgestuurd om hen te stoppen en vraagt nu aan de Steen of zij een geneesmiddel voor Karkrov willen gaan zoeken.

Gaspard bleek het reisverslag van ene Argana bij zich te hebben, maar slechts een enkele pagina daarvan wisten ze uit zijn versteende zak los te scheuren. Moryc en Akke bleven bij Gaspard en Karkrov, respectievelijk om delen van zijn grote kennis op te schrijven en om dicht bij de Kampioen van Marech te zijn.

Later die dag besloot de groep om te proberen de IJzereters te overtuigen zich aan te sluiten bij de Sons of Marech. Dit ging niet erg gemakkelijk, de IJzereters wilden in eerste instantie niet eens met de vertegenwoordigers praten. Na een achtervolging over de daken van de wijk wisten ze een IJzereter ervan te overtuigen te vertellen wat er speelt binnen de clan: het zoontje van de leider – Bas – is ontvoerd en wordt gevangen gehouden in Bogin Zhog. Als Bas gered wordt zijn de IJzereters vast bereid om een alliantie te bespreken met de Sons.

View
the Phantom Menace
Wie is Oorenos?

Op de eerste dag van de eerste oogstmaand slopen Akke, Alvyn en Daar naar een plein waar de leider van de Doden en een aanvoerder van de Blauwe Bruten elkaar zouden ontmoeten. Het liep uit op een gevecht dat de helden niet konden winnen, zelfs niet met de teruggekeerde Faaz en de nieuwe aanwinst Moryc Flamepaw. De heldhaftige Daar bleef achter op het slagveld om ervoor te zorgen dat de rest veilig kon wegkomen. Het laatste wat de vluchtende helden zagen was dat ze omringd werd door de Doden en hun leiders.

Moryc is een Gnoll uit het gebied ten oosten van Stibnal, zijn verblijf in the Pit is nog onbekend.

Na ternauwernood ontsnapt te zijn aan Oreenos, Kallista en Vorit keerde groep terug naar het hoofdkwartier van de Sons of Marech. Pan was benieuwd naar wat ze hadden ontdekt en vroeg vervolgens of de groep wilde helpen met het vergroten van de kracht van de Sons. Ook vroeg hij hun mening over Skriëtnaukt, een immigrant uit het noordoosten. Skriëtnaukt werd geaccepteerd door de Sons en Pan vroeg ook of Steen wilde kijken of ze konden ontdekken welke leden van de Sons zich tegen hun leider wilde keren. De helden zeiden dat ze dat gingen doen maar deden dat vervolgens niet.

De grote keuzemogelijkheid aan missies die moest worden uitgevoerd zorgde voor enig conflict binnen de groep. Uiteindelijk werd steeds besloten voor de missies die op korte termijn resultaat zouden opleveren en er werd geen plan bedacht voor de lange termijn. De missies waar voor werd gekozen werden gelukkig wel tot een goed einde gebracht en op de derde dag van de maand kon worden gezien dat het territorium van de Sons drie keer zo groot was geworden: de Rode Rovers en de Vuisten van Uranox sluiten zich aan bij de Sons of Marech.

De plannen van Oreenos, wie hij is en wat hij komt doen zijn nog onbekend.

View
De Discipelen op het juiste pad
of het vertrek van Faaz

De Steen bevond zich nog in Dol Gideje. Ze hebben het grootste deel van de uitdaging volbracht, alleen het gevecht tegen het bezeten Geestijzer rest nog. De strijd duurde lang, maar uiteindelijk wisten de spelers het tot een goed einde te brengen. Faaz was degene die mij een harde klap van zijn bijl de kern van het monster in tweeën kloof.

De drie avonturiers bleven een paar dagen in het klooster en raakten bevriend met de monniken. Ze vertelden over het schilderij uit Blauwvachts Basis en Broeder Bartold kon aan de hand van hun omschrijving vertellen waar het schilderij waarschijnlijk gemaakt was. Ze hadden het vermoeden dat de Discipelen van Parelos zich daar weleens verschalkt zouden kunnen hebben dus besloten ze dat dat hun volgende stop zou worden.

Samen met Broeder Bartold werd besloten dat het voor de aspirant Thoros goed zou zijn om naar Steenpost te verhuizen, waar hij de Tempel kan leiden; hierdoor wordt hij een volwaardige monnik. Broeder Bartold gaf de spelers een boek mee dat geschreven is door Gaspard Thorboo, een schrijver waar ze al een aantal werken van verzameld hebben. Ook gaf hij ieder een krachtig magisch voorwerp, als dank voor hun verblijf en hun eerbetonen aan Marech.

Thoros en een aantal monniken reisden een klein stuk met de Steen mee naar de plek waar ze een verwoeste wagen waren tegengekomen. Thoros ging door naar Steenpost, de groep trok naar het noorden om daar de Discipelen te zoeken en de monniken gingen de wagen opruimen.

Al snel kwam de toegangspoort tot de Graftombe van Parelos in zicht. Eerst kwamen ze door een ruw uitgehouwen tunnel, die eindigde in de voorkamer van de graftombe. In de voorkamer was het een rommeltje, maar alsnog was het verschil met de tunnel erg groot. De muren waren helemaal glad in de rots gevormd en twee enorme wandreliëfs, waarop de strijd tussen Marech – met Parelos en de oorspronkelijke discipelen aan zijn zijde – en Siul waren afgebeeld. Langzaam daalden ze af, dieper de tombe in en confronteerde Sophocles, de leider van de Discipelen, en doodde hem zonder pardon. Daarna gebruikten ze zijn gemutileerde lichaam om de resterende Discipelen te dwingen zich over te geven.

In de grote zaal waren acht zijkamers, waarin de oorspronkelijke discipelen van Parelos bijgezet waren. Hun geesten waren onrustig geworden, maar door bij elke kamer de juiste naam te noemen kwamen ze tot rust en namen ze de groep mee naar het diepste van de tombe. Er moest een beetje met standbeelden gerommeld worden voordat de weg naar de rustplaats van Parelos vrij was. De sarcofaag waarin hij is bijgezet was heel gedetailleerd afgewerkt en zijn beeltenis was meteen herkenbaar, met in de ene hand een speer en zijn andere hand verstrengeld met de hand van iemand die buiten de afbeelding staat.

De geesten van de oorspronkelijke Discipelen hielpen de drie om Parelos ervan te overtuigen dat ze geen kwaad in de zin hadden. Parelos vroeg of ze wilden beloven de oorspronkelijke ingang van de tombe weer vrij te maken, zodat het zonlicht weer op zijn graf kon vallen en hij weer tot rust kon komen. Als dank voor deze dienst liet hij een deel van zijn energie in de speer van Akke stromen, die daar een stuk sterker van werd.

De geest van Parelos overtuigde de gevangen Discipelen hun leven te beteren en zij gingen meteen aan het werk om de ingestorte tunnel vrij te maken.

Toen de spelers verder trokken werden zij ingehaald door zeven ruiters. Hun leider, Hondar, eiste de ring die ze van Sophocles hadden afgenomen, anders zou hij zijn drie gijzelaars doden; om te laten zien dat hij het meende sneed hij direct de keel van het jongetje Gnavis door. Na kort overleg gaven ze de ring terug, maar de maniakale Hondar -die immers niet had gezegd dat hij zijn gijzelaars vrij zou laten – reed weg en zijn volgelingen wierpen twee speren door het meisje Cymba en de vader van de twee kinderen, Ferry de pontman. Dit voorval dwong Faaz een beslissing te maken waar hij al enige tijd mee worstelde. Hij verlaat de groep en gaat in zijn eentje op reis.

View
Een nieuw begin

Nadat het stof neergedaald was ontdekten Akke en Faaz dat de verslagen Techno-Alliantie een gevangene had meegebracht naar Steenpost. De gnoom Alvyn Mayberry was kort daarvoor gevangen genomen – en niet voor de eerste keer – en het leger van de Alliantie had hem nog bij zich toen ze bij Steenpost aankwamen.
Alvyn bleek Akke nog te kennen van toen zij ook nog deel uitmaakte van de Alliantie, maar door wat er toen is gebeurd staan ze juist wel op goede voet met elkaar.

Tussen de spullen van de Alliantie vonden ze ook een brief van van hun geldschieters, iemand die Orswald S. heet. De brief was verzegeld met groene was en bedrukt met een vijfpuntige ster. De Steen wist niet dit wapen niet te plaatsen, maar ze wisten wel dat de naam Orswald veel voorkomt in het Noord-Oosten van het land. Ze besloten daarheen te trekken in de hoop er meer over te weten te komen.

Voor ze vertrokken klopte Solo aan bij Steenpost en vroeg of ze aan het begin van hun reis nog langs de derde puzzeltempel, Driehoek, wilde gaan. Akke en Alvyn hadden allebei nog geen puzzeltempel gezien, maar waren wel benieuwd. Ook in dit complex, een piramide aan de rand van Endronmal vonden ze weer verwijzingen naar Sam, maar nog geen antwoord op de vraag wie hij precies is. Ook bleek dat er nog maar één puzzeltempel zal volgen, daarna zou het tijd zijn voor ‘de volgende stap’.

De spelers trokken door een stuk van Baer om daar Midland in te gaan. Al snel begon Akke de omgeving te herkennen: het klooster waar zij een jaar heeft doorgebracht was in de buurt. Voordat ze bij het klooster aankwamen vonden ze de sporen van een gevecht. Er lag een gebroken karrewiel langs de weg en toen ze beter rondkeken vonden ze ook een bloederige speer. Er liepen sporen weg van het pad de wildernis in. Aan het eind van het spoor vonden ze de daadwerkelijke kar, maar deze was vernield door degene die hem hadden aangevallen. Twee mannen met uniformen uit Baerhold lagen dood op de grond. Één van de paarden bleek nog te leven, maar was zwaargewond – er werd besloten het dier uit zijn lijden te verlossen.

Uit de documenten in de verwoeste wagen werd duidelijk dat een raadslid uit Baerhold op weg was naar Stibren. Waar het raadslid nu gebleven is blijft onbekend.

De Steen trok verder en kwam bij een pont over de rivier; hier werden ze aangevallen door drie ruiters met speren. De pontman, Ferry, vertelde dat de omgeving al een poos geteisterd worden door de Discipelen van Parelos, waar de drie ruiters deel van uitmaakten. Aan de andere kant van de rivier konden de spelers Dol Gideje bereiken.

Ze werden bij het klooster ontvangen door Thoros, een minotaurus uit het gebergte tussen Brokund en Stibnal. Hij is een monnik-aspirant en was nog niet in het klooster toen Akke er eerder was. Hij bracht ze naar de ingang van het Labyrinth, dat ze moesten doorkruisen om bij het klooster zelf te moeten komen. Akke kende het doolhof al, maar wilde Faaz en Alvyn het zelf laten oplossen.

Eenmaal binnen aangekomen werden ze ontvangen door Broeder Bartold, die ze warm onthaalde en met veel interesse vroeg naar de avonturen die ze beleefd hadden. Ook vroeg hij of de drie deel wilde nemen aan ‘de Uitdaging’ een beproeving die de groep kan volbrengen om Marech te eren. Ze namen de uitdaging aan.

De volgende ochtend werden ze vastgebonden wakker en zagen ze dat ze diep in een put zaten. Uiteraard bleek dit het eerste deel van de uitdaging te zijn. Een aantal beproevingen werden succesvol volbracht, andere wat minder.

Uiteindelijk kwamen ze terecht in een kamer waar een hoop Geestijzer lag. Het leek zachtjes te bewegen en de drie avonturiers begrepen dat dit het laatste onderdeel was; een gevecht tegen een gevaarlijk monster…

View
Nieuwe Lieden

Akke werd lid van de tot op heden naamloze groep avonturiers en in ruil voor haar hulp werd ze mede-eigenaar van Steenpost. De drie hebben uit de documenten van de Techno-Alliantie opgemaakt dat er een grootschalige aanval op het fort zal plaatsvinden om voor eens en voor altijd af te rekenen met de drie lieden die hun al lange tijd in de weg staan.

De avonturiers doen hun uiterste best om de omgeving van Steenpost in paraatheid te brengen en het fort voor te bereiden op een belegering. Hierbij ontdekken ze dat een vreemd kind – hij noemde zichzelf een ‘ Child’ – een groep jongeren om zich heen had verzameld. Een woeste strijd brak uit waarbij een aantal van de jonge, onschuldige kinderen de dood vonden. Uiteindelijk bleek dat de leider van de groep de anderen had aangezet om hun ouders te vermoorden en ze los te trekken uit de maatschappij; wat hij hiermee wilde bereiken is nog niet duidelijk. Drie van de kinderen die de strijd wel overleefden besloten met de Faaz en Co. mee te gaan naar Steenpost. Een van hen, het meisje Cassi, werd geadopteerd door de suikerboer Rinus Zoetwater, de andere twee, Ragnar en Ana, werden leerlingen in het fort zelf.

De mijnwerkers uit de Gandir Steengroeve hoorden rare geluiden komen van achter de rotswand. De avonturiers gingen op onderzoek uit en ontdekten dat er een horde Kobolden binnen in de rots aan het tunnelen waren. De spelers verjaagden de Kobolden en bevrijden een aantal Bugbears die daar gevangen werden gehouden. Als dank voor hun inzet krijgen de jongens korting op het steen dat ze kopen in de groeve.

Op een gegeven moment kwam Brinn Mufasa aan bij Steenpost. Deze sobere man uit Noord-Stibnal was al ruime tijd op zoek naar Legana. Hij had het idee dat hij haar kon helpen om weer op de been te komen. Brinn bleek een capabele zwaardvechter en hielp Dayereth en Akke een lading marmer te verkrijgen. Daar vonden ze ook twee Krenshar puppies die ze meenamen naar Steenpost. Een van de puppies is inmiddels helaas overleden.

Om de aanval van de Techno-Alliantie af te slaan werden de nabije dorpjes gevraagd of zij een bijdrage konden leveren aan de verdediging van Steenpost. De dorpjes waren het fort en haar bewoners goedgezind en met een adequate verdedigingsmacht werd de aanval van de Techno-Alliantie goed tegengegaan. Door deze maatregelen was de krijgsmacht die uiteindelijk bij Steenpost aankwam slechts een klein deel van de soldaten die de Alliantie eigenlijk had willen inzetten.

De krijgers werden aangevoerd door drie mensen. Dat Grauwhart daar een van was was geen verassing, maar dat de verslagen Blauwvacht naast haar stond was opmerkelijk. Dit kwam door de aanwezigheid van de derde persoon; een Brokundi die Jesu bleek te heten. Deze necromancer maakte het gevecht een stuk moeilijker, omdat hij elke verslagen soldaat meteen weer herrees uit de dood.
Dayereth, Faaz en Akke besloten de drie leiders direct aan te vallen en Faaz wist Amidala van een van haar armen te ontdoen. Toen sloeg echter het noodlot toe. Jesu bleek krachtig genoeg om Dayereth te doden en ook hem uit de dood te herrijzen, waardoor Faaz de moeilijke beslissing moest nemen om met een krachtige aanval een einde te maken aan het bestaan van zijn goede vriend en metgezel.

Jesu kon er alleen maar om lachen en ontsnapte van het slagveld met een magische munt.

Amidala werd gevangen genomen en de rest van de soldaten van de Alliantie gaven zich over of vluchten weg. De Techno-Alliantie was verslagen.

View
Strijden tegen de Alliantie

Nadat Faaz en Dayereth heerschappij hebben gekregen over Steenpost werd dit hun uitvalsbasis in de provincie Westhem. In het nabijgelegen dorpje Campon wisten ze een basis van de Techno-Alliantie uit te schakelen en daarbij overtuigden ze de jonge Envar om de Alliantie te verlaten, zoals zijn vader Gamon gevraagd had.

Daarna plande de Techno-Alliantie een aanval op het vriendelijke dorpje Tornburg, waar Podriek en Vallend Blad vandaan komen. De spelers hebben samen met de lokale dorpsheld, Pinton Scola de aanval weten af te slaan.

Natuurlijk was de strijd tegen de Techno-Alliantie hun grootste doel, maar daarnaast hebben de twee ook geprobeerd de omgeving veiliger te maken. Zo hebben ze de Gandir Steengroeve bevrijd van een necromancer en hebben ze een Mettai Elf, Gwen, geholpen met het terugkrijgen van haar spirit companion. Ook werd er een tweede puzzeltempel ontdekt, met nog meer vermeldingen van ‘Sam’. Dit complex had het thema Vierkant.

In een droom zag Legana dat er een duistere figuur op weg naar het zuiden was en dat hij overal waar hij kwam de bevolking dood achterliet. Wie deze figuur was was op dat moment nog niet duidelijk. Ook voelde ze dat er een andere persoon specifiek naar haar op zoek was.

Toen besloten Faaz, Dayereth en Amidala dat het tijd werd om zelf de Alliantie aan te vallen. Ze hadden ontdekt waar Blauwvacht, een van de leiders van de Alliantie, zich bevond. In het grote landhuis vonden ze hem, maar Amidala bleek een spion voor de Alliantie te zijn en probeerde met Blauwvacht samen de jongens te verslaan. Toen bleek dat dat niet mogelijk was ontsnapte ze met een Coin of Death’s Escape. Blauwvacht werd wel gedood. De spelers namen uit deze basis ook nog een schilderij mij, waar een landschap op afgebeeld staat.

In het huis van Blauwvacht vonden ze locaties in het Culobos waar de Techno-Alliantie nog kleine blokhutten had staan. In een van deze blokhutten vonden ze de Paladijn Akke, die daar gevangen werd gehouden. Faaz en Dayereth besloten haar te bevrijden en Akke besloot om de twee te helpen in hun strijd tegen de Techno-Alliantie.

Amidala had een aantal gijzelaars genomen, maar deze konden gelukkig allemaal bevrijd worden. Een aantal van hen kwam wonen in Steenpost.

View
Het begin van het avontuur

Het verhaal begon door een toevallige samenloop van omstandigheden in de Second Planting van 1793 IZ.

Dayereth hielp zijn zusje Legana ontsnappen uit Dandanan, waar Legana gekozen was om Orakel te worden. Hun vader wilde haar niet laten gaan, maar Dayereth koos voor het welzijn van zijn zus boven de wil van hun vader. Ze vluchtten naar het buurland Stibnal, maar al snel werden ze daar gevangen genomen door een organisatie die probeerde magie uit te roeien: de Techno-Alliantie.

Tegelijkertijd was het moment daar voor Faaz Stonescale in Dan Zovori om het overgangsritueel tot volwassen Dragonborn te volbrengen. Tijdens dit ritueel kreeg hij een eerste visioen van de Dovdoka Lyssa, die hem voor een moeilijke keus stelde. Wat zij van hem vroeg zou betekenen dat hij tegen de wens van zijn volk in zou gaan en waarschijnlijk een goede vriendin, zijn nestgenootje Daar, zou kwijtraken. Faaz’ geloof en vertrouwen in Lyssa bleek sterker dan zijn banden met zijn ras en hij besloot haar te volgen. Hij werd geexcommuniceerd en trok Stibnal in. Lyssa bracht hem de boodschap dat hij zich gevangen moest laten nemen door de Techno-Alliantie en dat hij daar een aantal mensen zou ontmoeten met wie hij grootse dingen zou doen.

Dit bracht Faaz en Dayereth naast elkaar in een celkamer in het fort Hartehal. Nadat ze uitgebroken waren vochten zij samen de eerste gevechten tegen de Techno-Alliantie en uiteindelijk hielpen ze ook een aantal andere gevangenen, Podriek, Vallend Blad en het Karkride Hert, ontsnappen uit de klauwen van de Alliantie.

De eerste weken van hun samenwerkingsverband stonden in het teken van het bevrijden van Legana, die nog steeds gevangen werd gehouden. Zoekende naar aanwijzingen kwamen de twee avonturiers een mysterieuze puzzeltempel tegen, waar ze een aantal uitdagende puzzels oplosten om uiteindelijk alleen een naam te vinden: Sam.

Na een niet geringe tijd wisten ze de locatie te vinden waar Legana vastgehouden werd, in een laboratorium in Klein-Trafelt. Samen met een vrouw die zij onderweg ontmoet hadden, de warden Amidala wisten ze haar te bevrijden. Legana is in haar gevangenschap zwaar mishandeld en de onderzoekers van de Alliantie hebben haar beide benen en een van haar armen geamputeerd.

De groep had een onderkomen nodig waar Legana kon herstellen en dit vonden ze in een verwaarloosd fort dat tegen een rotswand aangebouwd is. De oorspronkelijke eigenaar van het fort, Ton Lipoc, had de jongens om hulp gevraagd bij het oplossen van een moordzaak. Ze ontdekten echter dat de edelman zelf de moord had gepleegd en iemand anders ervoor wilde laten opdraaien. Lipoc werd zonder pardon geexecuteerd en als dank voor het ontaarden van de waarheid werd het fort Steenpost aan Dayereth en Faaz geschonken.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.