Stibnal

De Discipelen op het juiste pad

of het vertrek van Faaz

De Steen bevond zich nog in Dol Gideje. Ze hebben het grootste deel van de uitdaging volbracht, alleen het gevecht tegen het bezeten Geestijzer rest nog. De strijd duurde lang, maar uiteindelijk wisten de spelers het tot een goed einde te brengen. Faaz was degene die mij een harde klap van zijn bijl de kern van het monster in tweeën kloof.

De drie avonturiers bleven een paar dagen in het klooster en raakten bevriend met de monniken. Ze vertelden over het schilderij uit Blauwvachts Basis en Broeder Bartold kon aan de hand van hun omschrijving vertellen waar het schilderij waarschijnlijk gemaakt was. Ze hadden het vermoeden dat de Discipelen van Parelos zich daar weleens verschalkt zouden kunnen hebben dus besloten ze dat dat hun volgende stop zou worden.

Samen met Broeder Bartold werd besloten dat het voor de aspirant Thoros goed zou zijn om naar Steenpost te verhuizen, waar hij de Tempel kan leiden; hierdoor wordt hij een volwaardige monnik. Broeder Bartold gaf de spelers een boek mee dat geschreven is door Gaspard Thorboo, een schrijver waar ze al een aantal werken van verzameld hebben. Ook gaf hij ieder een krachtig magisch voorwerp, als dank voor hun verblijf en hun eerbetonen aan Marech.

Thoros en een aantal monniken reisden een klein stuk met de Steen mee naar de plek waar ze een verwoeste wagen waren tegengekomen. Thoros ging door naar Steenpost, de groep trok naar het noorden om daar de Discipelen te zoeken en de monniken gingen de wagen opruimen.

Al snel kwam de toegangspoort tot de Graftombe van Parelos in zicht. Eerst kwamen ze door een ruw uitgehouwen tunnel, die eindigde in de voorkamer van de graftombe. In de voorkamer was het een rommeltje, maar alsnog was het verschil met de tunnel erg groot. De muren waren helemaal glad in de rots gevormd en twee enorme wandreliëfs, waarop de strijd tussen Marech – met Parelos en de oorspronkelijke discipelen aan zijn zijde – en Siul waren afgebeeld. Langzaam daalden ze af, dieper de tombe in en confronteerde Sophocles, de leider van de Discipelen, en doodde hem zonder pardon. Daarna gebruikten ze zijn gemutileerde lichaam om de resterende Discipelen te dwingen zich over te geven.

In de grote zaal waren acht zijkamers, waarin de oorspronkelijke discipelen van Parelos bijgezet waren. Hun geesten waren onrustig geworden, maar door bij elke kamer de juiste naam te noemen kwamen ze tot rust en namen ze de groep mee naar het diepste van de tombe. Er moest een beetje met standbeelden gerommeld worden voordat de weg naar de rustplaats van Parelos vrij was. De sarcofaag waarin hij is bijgezet was heel gedetailleerd afgewerkt en zijn beeltenis was meteen herkenbaar, met in de ene hand een speer en zijn andere hand verstrengeld met de hand van iemand die buiten de afbeelding staat.

De geesten van de oorspronkelijke Discipelen hielpen de drie om Parelos ervan te overtuigen dat ze geen kwaad in de zin hadden. Parelos vroeg of ze wilden beloven de oorspronkelijke ingang van de tombe weer vrij te maken, zodat het zonlicht weer op zijn graf kon vallen en hij weer tot rust kon komen. Als dank voor deze dienst liet hij een deel van zijn energie in de speer van Akke stromen, die daar een stuk sterker van werd.

De geest van Parelos overtuigde de gevangen Discipelen hun leven te beteren en zij gingen meteen aan het werk om de ingestorte tunnel vrij te maken.

Toen de spelers verder trokken werden zij ingehaald door zeven ruiters. Hun leider, Hondar, eiste de ring die ze van Sophocles hadden afgenomen, anders zou hij zijn drie gijzelaars doden; om te laten zien dat hij het meende sneed hij direct de keel van het jongetje Gnavis door. Na kort overleg gaven ze de ring terug, maar de maniakale Hondar -die immers niet had gezegd dat hij zijn gijzelaars vrij zou laten – reed weg en zijn volgelingen wierpen twee speren door het meisje Cymba en de vader van de twee kinderen, Ferry de pontman. Dit voorval dwong Faaz een beslissing te maken waar hij al enige tijd mee worstelde. Hij verlaat de groep en gaat in zijn eentje op reis.

Comments

Pankteinor Pankteinor

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.